Interviews


  • Bezoeker Munsterkerk kiest voor zijn eigen beleving

    Als het in Maastricht regent, druppelt het in Roermond. Bezoekers van een concert van André Rieu ’s avonds op het bekende Vrijthof, zijn overdag in de Munsterkerk te vinden. Daarmee illustreert Lex Tulfer van het Christoffelgilde, de kerkenwacht in Roermond-centrum, de aantrekkingskracht van de Munsterkerk. “De bezoeker kiest voor zijn eigen beleving.” Wat de Munsterkerk […]

    Lees meer >

    Als het in Maastricht regent, druppelt het in Roermond. Bezoekers van een concert van André Rieu ’s avonds op het bekende Vrijthof, zijn overdag in de Munsterkerk te vinden. Daarmee illustreert Lex Tulfer van het Christoffelgilde, de kerkenwacht in Roermond-centrum, de aantrekkingskracht van de Munsterkerk. “De bezoeker kiest voor zijn eigen beleving.”

    Wat de Munsterkerk te bieden heeft, is voor elk wat wils. “Om te beginnen vragen veel bezoekers zich af of ze entree moeten betalen, dat is niet het geval. Wat ze vooral zoeken? Heel verschillend. Stilte, een plek om te bidden en een kaarsje op te steken. Of gewoon verkoeling en ontspanning opzoeken. In trek zijn de kunstobjecten, van het orgel tot de glas-in-loodramen.”

    “Wie de Munsterkerk binnenkomt, verblijft er gemiddeld een kwartier. Ik zie mezelf niet als gids maar als gastheer die ruimte biedt om zelf rond te kijken en de kerk te beleven. Vaak vertellen de bezoekers mij hun eigen verhalen, de omgekeerde wereld. Laatst gaf een architect uitleg over schuine wanden in de kerk; kennis die ik dan weer kan doorgeven.”

    “Een goede gastheer hoort de bezoekers het gevoel te geven dat ze welkom zijn. Dus niet meteen zeggen wat allemaal niet mag. Mensen zoeken altijd grenzen op, en die zijn er heus. Tegen iemand die met een hond naar binnenkomt, zeg je dat dit niet de bedoeling is. Een ijsje eten in de kerk kun je door de vingers zien; een kwestie van smaak. Waar een verbodsbordje staat, zoals bij het priesterkoor, zie je mensen dat gewoon negeren. Wie de oude vloer betreedt, wordt netjes teruggefloten. De meest bijzondere bezoeker was voor mij een Mexicaanse die voor het altaar op de knieën ging en haar armen wijd uitspreidde. Mijn eerste gedachte: die bidt ervoor om de man van haar leven tegen te komen.”

    Tref je veel Roermondenaren in de kerk? “Moeilijk aan te geven, dan zou je de mensen al moeten vragen waar ze vandaan komen. Ik ken Roermondenaren die hier vaker bidden en een kaarsje opsteken. Ik zie de nodige mensen uit het RC Godshuis/De Pollaert hier.”

    Hoewel velen hun eigen beleving zoeken, krijgt Lex Tulfer als gastheer van het Christoffelgilde nog genoeg vragen. “De meest gestelde vragen zijn: Hoe oud is de kerk? Wie liggen er in het praalgraf? Liggen de Graaf van Gelre en zijn vrouw Margaretha er écht in? Mijn antwoord is ‘ja’.”

    Lex Tulfer is gepensioneerd docent Nederlands van Gilde Opleidingen. Als lid van het Christoffelgilde staat de liefde voor Roermond bij hem voorop, met de Munsterkerk als middelpunt van de stad. “De liefde voor Roermond heeft te maken met het provinciale karakter van de stad en de flair die de stad uitstraalt.”

    Van huis uit is Lex Tulfer het RK-geloof met de paplepel ingegeven. Met vijf jongens thuis die misdienaar, later acolyth, waren in het Laurentius Ziekenhuis. “We hebben de tijden gekend dat om 9.30 uur de h. mis was en om 15.00 uur de vesperdienst en gingen ervoor en erna gewoon lekker zwemmen in Hattem. Het geloof zag je als een verplichting, maar je wilde je ouders niet afvallen.”

    “Thuis vroeger werd er voor en na het eten gebeden; het was ook de tijd waarin mensen nog met een mes een kruisteken op een brood maakten. Dopen, de communie doen, trouwen in de kerk, waren normaal. Later heb ik me afgevraagd of ik dat werkelijk uit geloofsovertuiging deed of dat het om de uiterlijke schijn ging. De lijnen naar de kerk waren altijd kort, vanuit de school en vanuit het verenigingsleven. Vaak zag je dat de kapelaan de aalmoezenier was, zoals bij de verkennerij.”

    “Zoveel jaren later denk ik dat het geloof je zeker houvast heeft gegeven, een basis waarop je zelf verder kunt bouwen. Voor mij staat overeind – los van welke geloofsovertuiging – dat niemand je kan zeggen welke oplossingen geloof kan bieden, ik hoef het eerlijk gezegd ook niet te weten. Ik lees de krant, ik verdiep me in literatuur. Ik heb drie literatuur-leesgroepen waarin het thema geloof ook aan bod kan komen. Een aanrader, als het even tussendoor mag, is De trooster van schrijfster Esther Gerritsen. Jongeren in deze tijd zoeken hun eigen ankerpunten, niet per definitie in het geloof.”

    Met geloven is niks mis, meent Lex Tulfer. “Tenminste zonder al die regels. Bij mij staat de universele mens voorop.” Dat wist hij al als onderwijzer aan de Aloïsiusschool in het Roermondse Veld tegenover de H. Hartkerk. “In Nederland was het de eerste school waar Turkse kinderen in de klas zaten. Eigenlijk waren het geïntegreerde leerlingen, misschien omdat hun aantal nog beperkt was. Ali Gifteçi die bij ons op school zat, heeft het in Nederland tot acteur gebracht. De Turkse leerlingen onderscheidden zich hooguit in taal en kleding. Verschillende geloven wierpen geen noemenswaardige tegenstellingen op.” 

    Wat trekt hem in de Munsterkerk speciaal aan? “De soberheid, het intieme karakter, versterkt door de wierook. Bij zonlicht is het mooi om te zien dat precies om 15.15 uur het zonlicht op het kruisbeeld valt. Maar vooral telt het besef hoeveel lief en leed het middenpad in zich herbergt, door huwelijken en uitvaarten.”

    Voor hem steekt de Munsterkerk boven andere mooie kerken als de kathedraal, Kapel in ’t Zand, Caroluskapel en Minderbroederskerk erboven uit. “Wat een rol speelt, is de centrale ligging, maar op de eerste plaats toch de klassieke uitstraling zoals een Notre Dame of de kathedraal van Chartres die hebben.”

    Lex Tulfer wil nog kwijt dat de Munsterkerk behoort tot het Grootste museum van Nederland, een gesubsidieerd project van kerken van historische waarde die zeer de moeite waard zijn om te bezichtigen. Dat wordt ondersteund met een gratis audiotour die langs de bezienswaardigheden in de kerk gaat.

    Tot slot de vraag aan Lex Tulfer of hij de volgende zin wil afmaken: ‘Ga naar de Munsterkerk, want …’. Zijn antwoord luidt: “…het is de beleving die je altijd op de een of andere manier tot in lengte van jaren bijblijft.”


    Lex Tulfer: ”De bezoeker van de Munsterkerk kiest voor zijn eigen beleving.” (Foto en tekst: René Roosjen).

    Lees minder >
  • Huiskamer van Roermond heet Munsterplein

    Kerk, monument en toeristische trekpleister. René Middel draait er niet omheen dat de toeristische aantrekkingskracht van de Munsterkerk hem vooral aanspreekt. Verklaarbaar als je uitbater bent van de horacagelegenheid Munstercafé aan wat hij noemt het mooiste plein van Limburg. “De huiskamer van Roermond.“ Schoorvoetend geeft hij toe dat het O.L. Vrouweplein in Maastricht daarmee concurreert, […]

    Lees meer >

    Kerk, monument en toeristische trekpleister. René Middel draait er niet omheen dat de toeristische aantrekkingskracht van de Munsterkerk hem vooral aanspreekt. Verklaarbaar als je uitbater bent van de horacagelegenheid Munstercafé aan wat hij noemt het mooiste plein van Limburg. “De huiskamer van Roermond.“

    Schoorvoetend geeft hij toe dat het O.L. Vrouweplein in Maastricht daarmee concurreert, maar het Munsterplein steekt het grote terras voor de Mariakerk in de provinciehoofdstad naar de kroon. En nu het Munsterplein een facelift krijgt, komt de nummer-één-positie niet meer aan het wankelen, weet René Middel. “Een tweede groene long in de binnenstad, naast stadspark De Karthuis dat helaas wat ingesloten ligt.”

    “De Gemeente Roermond is er veel aan gelegen om de kwaliteit van het Munsterplein op te voeren. Groener, beter begaanbaar, veiliger. Daar kan iedereen blij van worden. Alleen, de planning van de renovatie is voor de horecaondernemers minder gelukkig. Die is naar voren geschoven, nota bene door de viering van MK800. Dan kunnen we midden in het seizoen de terrassen al op gaan ruimen. Wie betaalt die prijs? Onze boterham houden we, we missen wel de kaas erop. ”

    Welke wensen leven er bij de ondernemers nog? “Er komt een nieuwe hoofdtransformator op het plein. Het zou een goede mogelijkheid bieden om stroomcontactpunten te maken voor verlichting en straalkacheltjes als bijverwarming. Met ons klimaat geen overbodige luxe. Zo geef je ook gehoor aan de klachten over het vroege sluiten en dat je ’s avonds op het Munsterplein een kanon kunt afschieten.”

    Het Munsterplein heeft vanuit zichzelf al veel uitstraling. Met de Munsterkerk als bijzonder monument en de kiosk, een ontwerp van Pierre Cuypers. Waar je in andere steden vergelijkbare houten bouwsels ziet, is de kiosk in Roermond een volwaardig monument dat bovendien een functie heeft. Denk aan de pleinconcerten, ooit geïnitieerd door Wim Willems. Het Limburgs Straattheaterfestival is trouwe gast. Met het project ‘Kunst op straat’ was er twee jaar geleden nog een prachtige performance van een kunstenaar die Cuypers uitbeeldde. Vergeet verder de ontvangst van Sinterklaas niet. De kiosk heeft iets weg van een balkon; vandaar ook een plek voor balkonconcerten.”

    “Ferdi Cabbolet is de organisator nu van tal van muzikale evenementen, vooral op zaterdag. Door de gemeente, de BIZ (Bedrijven Investerings Zone) en de horecaondernemers houden de live-optredens stand, met een bescheiden prijs-kwaliteitsniveau. Het kan altijd beter maar dat kost ook extra centen. Muzieklinten door de stad doen het ook goed. Van bands die op de Markt, het Munsterplein, Kloosterwandplein en Stationsplein spelen. Ideeën genoeg.”

    Figuurlijk kun je niet om de kiosk heen, letterlijk wel natuurlijk. “Je ziet soms hordes aan amateurfotografen die zich in alle bochten wringen om de mooiste beelden van de kiosk en de Munsterkerk te schieten. Ook de beroepsfotografen zie je er vaker. Sla trouwalbums erop na, dan zie je gegarandeerd vaak de kiosk. Toegegeven, die foto’s nemen wat af nu er minder mensen voor de kerk trouwen.”

    Het Munsterplein trekt publiek van heinde en ver. “Opmerkelijk zijn de verschillen tussen buitenlandse bezoekers. Als ik een vergelijk maak tussen Duitsers en Belgen, zie je Duitsers eerder in het outlet. Ze pikken de monumentale binnenstad even mee. Belgen willen meer cultuur proeven. Ook als ze komen eten. De Belgen nemen de tijd om van een etentje te genieten; Duitse gasten komen om te eten, recht-toe-recht-aan.”

    Er zijn méér dan alleen horeca-ondernemers aan het Munsterplein en dan heb je nog de weekmarkt. Gevraagd naar het intensieve contacten, fronst René Middel de wenkbrauwen. Voor hem is Munsterhof, de zaak van zijn ouders, uiteraard geen vraag. “Maar grote jongens, de grootwinkelbedrijven kijken niet naar de emotie van de binnenstad, maar naar de spreadsheet-cijfers. Daarom zul je een Bijenkorf in een stad onder de 100.000 inwoners niet zien. Daarvoor moet je naar Maastricht of Eindhoven.”

    “Los van de muziek zijn er zeker evenementen die verbinden. Op de Veteranendag zijn er zo’n 25.000 mensen in de binnenstad die ook het Munsterplein aandoen. Van een andere orde zijn de Citygames of het fashion-event waarbij de rode lopers worden uitgelegd. We hebben de Swanmarket, een soort hippiemarkt, en de Foodtruck, bourgondische caravans. Als stad moet je onderscheidend zijn. Ga geen festiviteiten van andere steden kopiëren, dan eet je elkaar op.”

    “Zorg ervoor dat evenementen die bij een stad horen daar blijven. Zie het als een pleidooi voor behoud van het Bevrijdingsfestival. Laat dat in de stad waar het thuishoort. Als Roermond het Bevrijdingsfestival kwijtraakt, ontstaat hier toch weer een nieuw initiatief. Door een dergelijke versnippering verliest het Bevrijdingsfestival aan betekenis.”

    Wat vindt René Middel het mooiste van het Munsterplein? “Het nummer-één-antwoord zou natuurlijk het voorterrein, het terras moeten zijn. Als ik heel eerlijk ben, vind ik de Adbijhof eruit springen. Tegen stadsbezoekers zeg ik: maak een rondje rond de kerk, loop eerst naar de fontein en sla rechtsaf naar de Abdijhof. Een heel intiem pleintje en heel fraai als de bloemen er bloeien. Over pracht en praal gesproken…In de kerk moet je het praalgraf hebben gezien.”

    Heeft René Middel iets bijzonders met de kerk? “Je zult me niet op de eerste rij zien zitten. Als ik zie dat mensen hulpbehoevend zijn bij een bezoek aan de kerk, steek ik graag een handje toe. Ik heb lang geleden zelf een rondleiding gehouden, in de tijd dat ik nog in verzekeringen zat. Dat heb ik nog steeds voor mijn personeel in gedachten.”

    De kerk is en blijft een huis van religie. René Middel is daar ook heilig van overtuigd. Hij heeft het ooit gewaagd om deken Rob Merkx te vragen of het mogelijk was om een lunch in de Munsterkerk te houden? Die vraag deed alle kerkdeuren dicht. “Dat kon om theologische redenen niet. Alleen hosties. Absoluut geen tosti’s. De deken had weinig woorden nodig. Tussen een lunch en het laatste avondmaal is een hemelsbreed verschil.

    René Middel: ‘Fotoclubs wringen zich in bochten om de mooiste beelden’
    René Middel bij een tekening van de Munsterkerk in de zaak van zijn ouders. (Foto en tekst: René Roosjen).

    Lees minder >
  • Tegel markeert noodkerkje bij wijnhandel Jean Berger

    Een wijnkelder als schuilkelder en als noodkerkje. Onderduikers bij Berger aan de Swalmerstraat zagen hun lot bezegeld door een Duitse inval, waarbij de bezetter zich laafde aan de wijn, meer dan aan Gods Woord. In de kelderruimte herinnert een tegel met kelk aan de datum van 17 december 1944 waarop de ongenode gasten bij Berger […]

    Lees meer >

    Een wijnkelder als schuilkelder en als noodkerkje. Onderduikers bij Berger aan de Swalmerstraat zagen hun lot bezegeld door een Duitse inval, waarbij de bezetter zich laafde aan de wijn, meer dan aan Gods Woord. In de kelderruimte herinnert een tegel met kelk aan de datum van 17 december 1944 waarop de ongenode gasten bij Berger binnenvielen. De toren van de kathedraal bezweek onder dynamiet van Duitse herkomst. De spitsen van de Munsterkerk zijn dat lot bespaard.

    Wim Berger (73) van de roemrijke familie van de wijnhandel (sinds 1862 met overgrootvader Jean Berger als stichter, opgevolgd door opa Joseph en vader Jean) verwijst naar het verhaal van Falschirmjäger Johannes Körfges uit Mönchengladbach: ‘Ich war der, der den Turm vom Roermonder Dom gesprengt hat.’ Körfges haalde eerder ook een handvol mannen uit de kelder bij Berger die naar Duitsland zijn gedirigeerd. “Er vloeide geen bloed maar wel wijn door de kelder nadat een wijnvat was lekgeschoten.”

    Goede wijn, dat is zeker. Een bord dat vader Jean Berger nog kort voor zijn overlijden in 1999 voor het nageslacht had laten maken, onderstreept dat: ‘Bonum vinum laetificat cor hominum’ (Goede wijn verblijdt het menselijk hart). “Maar die boodschap zou destijds zeker niet aan de oosterburen zijn gericht die zich verschuilden achter ‘requirieren’. Körfges gaf bij een naoorlogs stadsbezoek toe dat het ‘stehlen’ was, pure diefstal.”

    “Körfges heeft ons ook het verhaal van de Munsterkerk nagelaten. Met zes anderen had hij de opdracht om bij het hoofd van de Maasbrug mijnen neer te leggen. Verder moesten ze ieder met 52 kilo van het explosief Donarit de torens van de Munsterkerk beklimmen. De torens waren voor de geallieerden potentiële uitkijkposten. Het is een Godswonder dat de Munsterkerk grote schade bespaard is gebleven. Wat heet Godswonder? Roermondenaren zouden de Duitsers dronken hebben gevoerd.”

    Een bindende factor van Wijnhandel Jean Berger met de kerk is de miswijn. Tijd om de geheimen van miswijn te ontsluieren en misverstanden van tafel te vegen. Wim Berger daarover: “Rode miswijn heeft het bijzondere nadeel dat de nonnen erover klagen hoe kelkdoekjes uit de was komen. Wit geniet in het algemeen de voorkeur boven rood, ook terug te voeren op de houdbaarheid die je weer kunt oprekken met een hoger alcoholpercentage dan het huiswijntje.”

    Een geschenk uit de hemel of zien we daarin de hand van de duivel? Oud-deken van de Munsterkerk Wiel Heuvelmans (z.g.) zei ooit bij de onthulling van het Duivel-beeld aan de Schoenmakersstraat voor de duivel niet bang te zijn. Maar wijn dronk hij met mate omdat hij suikerpatiënt was. Bij het misoffer hield hij het op een slokje droge witte wijn.

    “Voor de fijnproevers onder de geestelijken bestaan ook de varianten demi-sec en de zoete muscat. De miswijnen van een zuivere kwaliteit komen uit verschillende windstreken. Bij de paus zou je Italiaanse wijn verwachten, maar die stuurde in 1942 een partij Hongaarse wijn naar kardinaal De Jong. De clerus nam die miswijn niet in dank af, de zuurgraad was te hoog,” weet Wim Berger uit overlevering.

    “Het gebruik van miswijn is behoorlijk afgenomen. Minder kerken, minder h. missen. Maar ook zuiniger gebruik. Mgr. Moonen, secretaris van bisschop Lemmens spande de kroon. Eén fles miswijn was goed voor 50 missen! In de jaren vijftig van de vorige eeuw gingen in Nederland nog 200.000 flessen miswijn per jaar van de hand, tegenwoordig tussen de 30.- en 40.000. De RK vereniging van Nederlandse Miswijnhandelaren liep in ledenaantal terug van veertig naar vijf en besloot vier jaar geleden tot opheffing.”

    De relatie met de clerus gaat terug naar de periode dat vader Jean in de jaren 1916-1922 in Katwijk een studie volgde die hem tot het ambt zou brengen, zoals de latere vicaris Van der Meer s.j. die daar in de dertiger jaren ook zat. Zij wisten een goed glas wijn, toen al, te waarderen, wil Wim Berger niet verbloemen. Wijndrinken behoorde tot de cultuur van de gegoede burgerij waaronder de burgemeesters, notarissen en niet in de laatste plaats de geestelijken.

    De band met de kerk werd voor Jean Berger ook versterkt door zijn betrokkenheid bij de Katholieke Actie. Dat was een katholieke lekenbeweging, een initiatief van paus Pius XI. Dat zag je destijds terug in georganiseerd geloofsleven en een centralisatie van katholieke, sociale organisaties. Bij Jean Berger kwam daar zijn betrokkenheid bij de putten en Vincentius uit voort. En laat nu Vincentius de patroonheilige van de lazaristen en van wijnhuizen zijn. Zo vloeide het in elkaar over.

    Het wijnhuis van Berger ligt op een steenworp van de kathedraal. Geen toeval dat de Christoffelkerk in de familie Berger trouwe bezoekers had. En nog, want Wim is daar collectant. Meteen een bruggetje naar het geld voor de kerk. Vader Jean was kerkmeester. Maar ook een rekenmeester die beredeneerde dat de verwoeste torenspits wellicht beter niet herbouwd had kunnen worden, uit kostenoverweging. Want na nieuwbouw wacht onderhoud en het geld daarvoor zal ergens vandaan moeten komen. Met de collecteschaal alleen red je dat niet, weet ook Wim.

    De warme belangstelling voor de Munsterkerk is er bij de familie Berger nooit minder om geweest. Wim heeft nog een tijd geleden Munsterkerk-schetstekeningen door Pierre Cuypers thuis gevonden. Fundamenten waren niet de sterkste kant van Cuypers, wil Wim tussendoor nog wel kwijt. De tekeningen zijn naar het gemeentearchief gegaan.

    Wim voelt zich zeker ook met de Munsterkerk verbonden. “Typisch Munsterkerk vind ik – misschien gek genoeg dat ik dat zeg – de zang van het dameskoor, voor mij een link met het abdijleven in deze van oorsprong kloosterkerk.”

    Het hedendaagse Munsterplein noemt Wim Berger het ‘overdagplein’. “Dat kan wel een impuls gebruiken. Los even van de gezellige terrassen, na zes uur ’s avonds moet je er nu een garnizoen met kanonnen naartoe sturen om het plein leven in te blazen. Het Munsterplein krijgt een opknapbeurt en mag van mij wat weidser worden. En met een bestrating waar mensen met een rollator en nieuwe knieën ook uit de voeten kunnen.”

    “De Munsterkerk blijft een waardevol monument voor geloof en cultuur,” sluit Wim Berger af: “Als ik de beelden van de Jongerendagen in Panama zie, dan is er genoeg voedingsbodem voor geloofsbeleving. In gedachten hoor ik mijn vader bij een bezoek aan Lourdes nog zeggen: ‘De hemel is dichterbij de aarde’.” Een mooie spirituele gedachte die we graag – onder het genot van het goed glas wijn – tot ons laten doordringen.

    Wim Berger
    Wim Berger bij de gedenktegel die op 17 december 1948 is onthuld.(Foto en tekst: René Roosjen).

    Lees minder >
  • Samenwerken versterkt levendige binnenstad

    Een heel andere Gerard IJff. Alleen al over zijn vier perioden als wethouder kun je een boek schrijven, maar nu het nieuwe verhaal: de uitdaging als voorzitter van de BIZ Binnenstad (Bedrijven Investerings Zone Binnenstad). Een ander gezicht komt daarbij om de hoek kijken: zijn blik op het eeuwfeest 800 jaar Munsterkerk in 2020. Het […]

    Lees meer >

    Een heel andere Gerard IJff. Alleen al over zijn vier perioden als wethouder kun je een boek schrijven, maar nu het nieuwe verhaal: de uitdaging als voorzitter van de BIZ Binnenstad (Bedrijven Investerings Zone Binnenstad). Een ander gezicht komt daarbij om de hoek kijken: zijn blik op het eeuwfeest 800 jaar Munsterkerk in 2020. Het praalgraf spreekt hem in het bijzonder aan: ‘Gerard II, een naamgenoot!’

    Openheid en nuchterheid zijn bij Gerard IJff (63) te herleiden tot zijn roots in Amsterdam en zijn studentenstad Groningen. Na zijn studie in de chemie ligt zijn maatschappelijke toekomst in het zuiden; hij vindt zijn baan in het laboratorium van het Waterschap en belandt in Roermond. Daar is hij gebleven. Ook omdat hij politiek gedreven is. In Groningen was hij al landelijk secretaris van de Jonge Socialisten. Het PvdA-bestuur daar liet politiek leider in Roermond, André  Bloemers, meteen weten: die moet je hebben. Het vervolg is bekend: acht jaar gemeenteraadslid, acht jaar Statenlid, en daarna vanaf 2002 vier perioden – zestien jaar! – wethouder. Sinds ruim een half jaar is hij nu voorzitter BIZ Binnenstad.

    Confrontaties schuwt hij nooit. Momenten dat hij het gevoel had voor een vuurpeloton te staan, zijn bij hem ver te zoeken. ‘Ervaring leert je dat je vrienden van vandaag je vijanden van morgen kunnen zijn en omgekeerd. Met die wetenschap kom je een heel eind in de politiek. Voor mij maakt het niet uit of een raadslid tot de coalitie of de oppositie behoort. Allemaal hebben ze het beste met de stad voor vanuit ieders eigen invalshoek.’

    ‘Je moet geloof hebben in jezelf, en nu dat woord toch valt: Wat betekent voor Gerard IJff geloof, maar dan in religieuze zin?  ‘Ik kom uit een vrijzinnig hervormd gezin, liberaal hervormd. Dat is hetzelfde geloof als het koningshuis aanhangt.’

    Gerard IJff loopt de kerk niet plat, je ziet hem hooguit bij een kerkelijk huwelijk of begrafenis. Of bij een bezoek aan de kerk met familie of vrienden als icoon van de stad of dorp. Dat hij de Munsterkerk met het plein omarmt, komt door zijn binding met Roermond. ‘Dan kun je gewoonweg niet om de Munsterkerk als hart van de stad heen. Als ik met mensen van buiten door de stad loop, hoort een adempauze in de Munsterkerk erbij. Een fascinerend gebouw.’

    ‘Een kerk is meer dan een religieus huis waar katholieken en andere gezindten zich thuis kunnen voelen. Ook kunst vindt daar onderdak. In 2008 was er bijvoorbeeld een ledlight-project. Binnen in de kerk straalde wit licht door de ramen naar buiten en dat gaf een heel andere kijk op het gebouw. Een bijzondere ervaring.’

    Maakt dat een hang naar een religieuze sfeer los? Gerard IJff gaat daarvoor terug naar de ontstaansgeschiedenis van de Munsterabdij. ‘Graaf Gerard II – mijn naamgenoot, haha – heeft feitelijk onder druk van zijn moeder hier een abdij gesticht. Het was ook een economisch interessante zet. De belangrijkste wil ik niet zeggen. Maar het heeft ongetwijfeld een rol gespeeld.  Roermond was zo ook een vooruitgeschoven post van de verdedigingslinie van Gelre. Om een mooi woord te gebruiken: een geopolitieke afweging was het, met een win-winsituatie. Op zijn oude dag kwam de religie bij de graaf weer bovendrijven, door de vrees voor het hellevuur.’

    ‘De economische drijfveer zien we later bij koning Willem II ook terug. Hij steunde Cuypers-plannen voor de renovatie van het praalgraf om te laten zien dat hij zich stevig inzette voor Limburg. De achterliggende gedachte was dat hij het net afgescheiden, zelfstandige België van zich af wilde houden.’

    ‘Nog veel later zien we in de 20e eeuw hoe de abdij het veld moet ruimen voor de aanleg van de Abdijtuin in 1924 en de pastorie in latere jaren. In de zeventiger jaren is het V&D-project opgepakt. In dit soort discussies zie je ook nu nog telkens dezelfde afwegingen: de pleitbezorgers voor behoud, het belang van economische groei van de stad waar de gemeente aan hecht, en dan de Rijksdienst die uiteindelijk met het aapje op haar schouders zit. Wat te doen met het V&D pand? Vandaag-de-dag moet je opnieuw naar dat complex kijken. Het is hopen op een snelle invulling van het complex waarbij veel wat mij betreft een update dient te krijgen. Een vitale binnenstad in de 21e eeuw is meer dan retail en horeca. Zie het in samenhang met andere factoren zoals woningbouw, flexplekken en met kansen die je de jeugd kunt bieden via.. de combinatie onderwijs met stageplekken.’

    Hoe zit het dan met de scheiding van kerk en staat? Tijd voor een moment  waar Gerard IJff graag mee schermt. Letterlijk zelfs, want het gaat ook over schermen. In de tuin naast de Abdijhof was een promotie van de plaatselijke schermvereniging Elan waar IJff met trefzekere sporters, zoals oud-deken Theo Willemsen, de floretten en degens kruiste.

    Over kerk en staat zegt hij: ‘Je hebt een geestelijke macht en een wereldlijke macht. Er is een scheiding van kerk en staat maar ook een verbinding. Ieder vanuit een eigen perspectief. Een eenvoudig voorbeeld: als de kerk bij een evenement in of rond de kerk tolerantie predikt, heeft de staat juist veiligheid hoog in het vaandel. Het kan ook goed samengaan. Neem de ijsbaan eerder  tijdens de kerstdagen. Een wereldse activiteit met een verbinding naar de kerk door rondleidingen voor  jongeren te houden.’

    Het vaandel brengt ons bij de traditie van de stadsprocessie vanaf de Munsterkerk naar de Kapel in ’t Zand. Dat was in 2011 even een ding voor Gerard IJff: ‘De burgemeester was verhinderd, van de andere wethouders stond niemand te popelen. Voordat ik het wist, had ik ‘ja’ gezegd. Ik moet bekennen dat ik me daar als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur niet echt gemakkelijk bij heb gevoeld, iets teveel vermenging van het wereldlijke en het geestelijke. Omgekeerd is ook gebeurd toen wij op de markt de aanslag op Charlie Hebdo herdachten en alle geloofsovertuigingen in Roermond daar via hun aanwezigheid hun betrokkenheid bij toonden.’

    Vanuit een ander perspectief – zijn nieuwe functie van voorzitter BIZ Binnenstad – is Gerard IJff nauw betrokken bij de voorbereiding van het jubileum 800 jaar Munsterkerk in 2020. ‘Voordat er vastomlijnde plannen op tafel liggen, is nog een slag te maken. Dat betekent gesprekken voeren met ondernemers, met de gemeente en andere betrokken partijen. Dan moet je denken aan lokale initiatieven (Munsterplein) of stedelijke initiatieven in natura of geld. Gaan we de stad vol hangen met Munsterkerk-vlaggen, of kleine vlaggetjes en bierviltjes zetten in de horeca? Zijn etalages te benutten voor exposities? Kunnen NS met dagkaarten en het Rijksmuseum met toegang tot het Roermondse pronkstuk De Passietafel – in Amsterdam – Roermond tegemoet komen? En een gratis kopje koffie na een rondleiding; het is nu nog even koffiedik kijken. De vraag is hoe we samen ideeën kunnen verwezenlijken. Samenwerken versterkt een levendige binnenstad.’

    BIZ-voorzitter Gerard IJff nauw betrokken bij 800 jaar Munsterkerk
    Gerard IJff bij de poort van de Abdijhof. Tekst en foto: René Roosjen

    Lees minder >
  • Munsterkerk-magneet vervangt het lepeltje

    Een lepeltje of vingerhoedje met een afbeelding van de Munsterkerk als souvenir is niet meer van deze tijd. Een ansichtkaart of het hondenkoppenkaartspel met de Munsterkerk als ruiten aas dan? Die doen het nog altijd goed. Maar de koelkastmagneet heeft de meeste aantrekkingskracht waarvan er jaarlijks bij De Poppendokter honderden over de toonbank gaan. ‘We […]

    Lees meer >

    Een lepeltje of vingerhoedje met een afbeelding van de Munsterkerk als souvenir is niet meer van deze tijd. Een ansichtkaart of het hondenkoppenkaartspel met de Munsterkerk als ruiten aas dan? Die doen het nog altijd goed. Maar de koelkastmagneet heeft de meeste aantrekkingskracht waarvan er jaarlijks bij De Poppendokter honderden over de toonbank gaan. ‘We verkopen de Munsterkerk iedere dag.’

    Hetty en Marly Wiermans houden de familie-eer hoog. Voordat met grote letters De Poppendokter op de winkelruit aan het Munsterplein is afgebeeld, was We-Ge de blikvanger: Wiermans-Genang van het echtpaar Harrie en Gerda. Eigenlijk zou het Wie-Ge moeten zijn, maar We-Ge klonk beter vonden de ouders van Hetty en Marly, en laten we vooral ook broer John (z.g.) niet vergeten.

    Maar geen betere naam dan De Poppendokter, toch? Die staat zelfs in de medische wereld in Roermond hoog aangeschreven. Zelfs specialisten hebben het hebben over hun collega…

    Wie met de zusjes in gesprek is geraakt, zal nooit meer één moment van twijfel kennen over de hechte familieband. En de waardering voor hun ouders steken ze niet onder stoelen of banken: ‘Start maar eens zo’n zaak begin jaren veertig. Hoe goed en snel ze de Schildkröt aan de man wisten te brengen, zoals later ook de Barbie. We vergeten nooit dat moeder Greta in 1965 een ‘oververpakking’ van de Barbie liet komen. Ze was toevallig ook nog de eerste die het bekende poppetje in Nederland verkocht. Het bleek een goede gok.’

    ‘Ze hadden van nature het zakelijk instinct dat je niet alleen van speelpoppen kon leven. ‘Vader, of zeg maar dokter Harrie, had talent voor het herstel van poppen. Inlijsten was ook zijn ding, een handvaardigheid die terugging op het maken van meubels waarmee grootouders zich bezighielden. Omzetsnelheid was te behalen met schoonmaakartikelen en borstels.’

    Wie het hoofd boven water moet zien te houden, wordt vindingrijk. Kledingzaak Van Erp gaf koffers cadeau bij de aankoop van een pakken. Dat werd bij wetgeving verboden. De Poppendokter maakte van de nood een deugd en name een partij koffers over. De reden dat De Poppendokter er brood in zag, was de vraag naar koffers door Russische vrouwen die aan het Munsterplein onderdak waren. Toen de oorlog gelukkig op zijn einde liep, kwam de handel steeds beter op gang. Zonder dat de zaak nu een goudmijn was. En zonder dollartekens in de ogen van De Poppendokter straalde de familie Wiermans-Genang een goed leven uit. Met elke dag vlees op het brood en bij het warm eten dat niet overal zo vanzelfsprekend was.

    De winkel aan het Munsterplein roept bij Hetty en Marly heel wat herinneringen op. En dat laat tegelijk zien dat kinderen in alle eenvoud een gelukkige jeugd kunnen hebben. ‘We zaten vaak op de trappen naast het Cuypersbeeld, een hangplek waar we elkaar verhalen vertelden. De omheining van het tuintje was voor ons een evenwichtsbalk. En dan kwam kapelaan Edixhoven voorbij met de vraag of we de post op de bus wilden doen? Nou, dat wilden we wel. Als vorstelijke beloning haalde hij onder het kazuifel twee verschrompelde appeltjes vandaan, haha… Dank u wel…’

    Het Munsterplein zag er in de jaren vijftig, zestig anders uit dan nu. Met kleine perken. Ieder jaar en ieder seizoen werd nieuwe plantjes gepoot: tulpen en narcissen in het voorjaar, salvia’s in de zomer en tegen de winter verschenen daar viooltjes in allerlei kleuren. Rondom de perken stonden kleine ijzeren, laagopstaande hekjes. En tussen de perken lagen de kiezelpaden waar we hebben leren fietsen. We hebben alle kiezels in onze knieën gehad! Dat vergeet je niet snel.’

    Hoe zagen de kinderen van toen de kerk? ‘Het gebouw hoorde bij dat plein en andersom. Met genoeg mooie plekken om je te verstoppen. Ook boven in de kerk in de galerijen waar je via de wenteltrap naar boven ging. Hoe spannend voor een kind… Natuurlijk ben je als kind net zo zeer onder de indruk van het imposante praalgraf van Graaf Gerard IV van Gelre en zijn Margaretha. Er waren ooit plannen om het graf te verschuiven. Wij vinden het mooi op de plek waar het staat en moet blijven staan.’

    De heiligenbeelden hadden ook aantrekkingskracht. ‘Niet alleen op de kinderen. We herinneren ons dat Duitsers speciaal voor het Bernardusbeeld naar de Munsterkerk kwamen. Als ze vader Harrie vroegen waar ze dat beeld konden vinden, zei hij steevast: ‘Ik weet niet of hij thuis is…’.

    Zijn zoon John Wiermans had een eigen band met de Munsterkerk. De zusjes over hun broer: ‘Hij is als misdienaar begonnen in het Louisa pension. Toen in 1959 thuis brand uitbrak en wij met het gezin tijdelijk zijn verhuisd naar de Maria Gardestraat moest John een stukje verder lopen om op tijd in de h. mis te zijn. Toen hij dat één keer niet redde, is hij gaan ‘solliciteren’ in de Munsterkerk. Hij zag het zelf als een aanbeveling dat hij het Confiteor deo omnipotenti kon opdreunen. Dat werkte. Het zakelijk talent bracht hij later in: het verkopen van misboekjes in de kerk waarvan hij de fooi in eigen zak stak.’

    Voor de zusjes deed de kathedraal zeker niet onder voor de Munsterkerk. In de Christoffelparochie is en blijft de kathedraal de bisschopskerk waar de officiële plechtigheden zijn, van doop, trouw- en rouwdiensten, maar ook de priesterwijdingen en de bisschopswijding.

    In de winkel is er zeker zoveel erkenning voor de Munsterkerk. De lepeltjes met de Munsterkerk en zelfs badhanddoeken met de kerk daarop afgebeeld zijn uit de roulatie. Er is ook geen vraag meer naar. Maar juist wat oubollige ansichtkaarten vinden nog altijd gretig aftrek, dat lukt dan zeker met eigentijdse kaarten. In de kaartenbak staan de Munsterkerk en kathedraal elkaar niet in de weg. De Munsterkerk met het plein staat naast de kathedraal met de Roerbrug. De ansichtkaarten worden geregeld bijgedrukt. ‘Gevraagd en ongevraagd krijgen de kopers daar gratis een verhaaltje bij. Dan grijpen we terug op wat we zo vaak van onze ouders hebben gehoord.’

    Hetty en Marly staan vanuit een verschillende achtergrond nog in de zaak. Op jeugdige leeftijd scoorde Hetty al hoog met boekhouden en handelsrekenen; zij haalde in Amsterdam het vakdiploma om een speelgoedzaak te kunnen runnen waarvoor een hoop kennis nodig was. Broer John trad in haar voetsporen en ook hij volgde met succes de opleiding in Amsterdam. Marly zette haar kennis van rekenen en taal in voor het onderwijs. Zij werd uiteindelijk directeur van de Alfonsusschool. Na haar pensionering staat in de winkel. Ontelbaar veel schoolkinderen van juffrouw Marly lopen graag bij haar binnen. Inmiddels staat zelfs de derde generatie al op de stoep.

    Hoelang nog? Een opvolger voor de zusjes heeft nog geen gezicht. Zolang de gezondheid van Marly en Hetty het toelaat, blijft het sprookjesverhaal van De Poppendokter intact. Het is de vraag of er toch nog iemand binnen de familie het als een uitdaging gaat zien om de zaak voort te zetten. De zusjes denken van niet, maar je weet het maar nooit. ‘Je moet er écht zin in hebben, je zinnen op zetten en om te beginnen je weg in weten te vinden. Als je van de duizend-en-een draadjes er twee doorknipt, houd je een kluwe garen over. Dan gaat het sprookje uit als een nachtkaars.’


    Hetty (links) en Marly Wiermans. Tekst en foto: René Roosjen

    Lees minder >
  • Passie voor kruisweg bloeit weer op

    Of de Roermondse kunstenaar Carl Lücker iets aan de Munsterkerk zou willen veranderen? Voorafgaand aan een rondgang door de kerk is zijn antwoord volmondig nee. Totdat een weerzien met de Kruiswegstaties van ‘grandpa’  Joseph Lücker in de galerij boven enige passie losweekt. ‘Jammer dat je ze beneden in de kerk niet ziet.’ Een overdaad aan […]

    Lees meer >

    Of de Roermondse kunstenaar Carl Lücker iets aan de Munsterkerk zou willen veranderen? Voorafgaand aan een rondgang door de kerk is zijn antwoord volmondig nee. Totdat een weerzien met de Kruiswegstaties van ‘grandpa’  Joseph Lücker in de galerij boven enige passie losweekt. ‘Jammer dat je ze beneden in de kerk niet ziet.’

    Een overdaad aan kunstwerken in de kerk moet je ook niet willen, beseft Carl Lücker terdege. Dus moet je soms keuzes maken, maar dat is in zijn beleving iets anders dan schoon schip maken. 

    De geschilderde Kruisweg van na 1850 is van Joseph Lücker (1821-1900). De afbeeldingen van de Kruiswegstaties in de Munsterkerk zijn sober van kleur, maar steken fraai af tegen de mergelwanden. Enkele schilderijen hangen boven in de galerij tegen de muur. Andere staties staan rechtop tegen de wand gestapeld, in afwachting van hun nieuwe plek. Voor het grote publiek blijven ze uit het zicht; het hekje naar de galerij is meestal afgesloten ‘Jammer, want de galerij vind ik juist een mooi gedeelte van de kerk. Toen je daar nog zitplaatsen had, was het de plek bij uitstek bij begrafenissen en huwelijken.’ Maar in dit Godshuis is de brandweer heer en meester waar het gaat om de brandveiligheid. Vandaar die afsluiting.

    Eerder stond ook een Lücker-beeld (van opa Karel en vader Jan) achterin de kerk. Dat beeld  staat Carl nog helder voor de geest, maar het is verdwenen op die plek. Wat daar nu wél staat, scoort hoog bij hem. Hij wijst op het fraai uitgelichte 16e eeuwse houten Christoffelbeeld naast de hoofdingang.  

    In de zijbeuk die grenst aan de sacristie hangt een kopie van de Roermondse Passietafel. Het originele werk dateert van omstreeks 1435 en laat achttien taferelen zien van het leven van Christus. Het werk maakte tot 1889 deel uit van de inventaris van de Munsterkerk en is toen aangekocht door het Rijksmuseum. Het jubileumcomité 800 jaar Munsterkerk speelde al met de gedachte om de Roermondse Passietafel in 2020 naar de Munsterkerk te halen, maar dat is onbegonnen werk. Een te kwetsbaar stuk en een te dure operatie bovendien. 

    Bij een rondgang door de Munsterkerk wordt Carl Lücker vooral geraakt door constructies en bijzondere bogen. Natuurlijk is het praalgraf van graaf Gerard IV van Gelre en zijn Margaretha van Brabant de topattractie van de kerk. Het is dan ook niet vreemd dat dag-in-dag-uit fotografen de tijd nemen deze bijzondere graftombe onder de loep te nemen. Wie naar boven kijkt, ziet een hemelschildering die jaren geleden nog fel blauw gekleurd was, maar nu tot een aanvaardbare kleurstelling is verworden. 

    Verder zijn de ramen van Daan Wildschut (1913–1995) opvallend: kleurrijk en passend. Hij kreeg met zijn ontwerpen de voorkeur boven de zeker zo vakkundige Roermondse kunstenaar Tom Franssen (1931-2012) die met een onverbiddelijke commissie van het bisdom niet tot eensgezindheid kon komen. Terwijl de toenmalige deken Wiel Heuvelmans de ramen van Tom Franssen al had gepresenteerd in het parochieblad.   

    De familienaam Lücker duikt vaker op in kerkelijke kunst, ook zoals gezegd in de Munsterkerk. Toen Carls vader, de beeldhouwer Jan Lücker (1919-1972) overleed, is hij vanuit de Munsterkerk begraven. ‘Gewoon de mooiste kerk van Roermond. En de Lücker-familie is van huis uit katholiek. De Minderbroederskerk mag er trouwens ook zijn.’

    Generaties Lücker zijn zichtbaar verbonden met kerkelijke kunst. De Kapel in ’t Zand lag voor de hand. Carl woont nog in zijn voorouderlijk huis dat sinds 1926 een huis van de familie Lücker is. Eerder al kwam ‘grandpa’ Joseph Lücker rond 1850 vanuit Linn(-Krefeld) naar Roermond, de schilder van de Kruiswegstaties voor de Munsterkerk. Zijn reputatie als kunstschilder verdiende hij destijds in het Rijnland.    

    À propos, de meest bijzondere Kruiswegstaties zijn te bewonderen in het Kruiswegpark aan de Kapel. En ook daaronder staat de handtekening van de familie Lücker, namelijk die van Karel Lücker (1882-1958). ‘Pierre Cuypers had het grondplan gemaakt. Maar in een competitie wie de staties zou maken ging opa Lücker, de vader van Jan, met de eer strijken. Wie zou dat betalen? Zoete lieve Gerritje, inderdaad. De paters redemptoristen hielden het liefst de hand op de beurs. De bedevaartgangers uit grote steden zoals Den Bosch zorgden voor sponsorgelden, in de dertien jaren die nodig bleken voor de uitvoering van dat plan.’ Carl leidde in 2010 de omvangrijke restauratie. Overigens bestaat het Kruiswegpark een eeuw in 2020, tegelijk met het jubileum van 800 jaar Munsterkerk.  

    Over wat mooi en niet mooi is aan de Munsterkerk als kerkgebouw kun je twisten. ‘Het liefst houd je vast aan een kerk in zijn originele stijl. Maar je ontkomt niet aan renovatie en restauratie. Neogotiek was bij ons thuis een scheldwoord. Niet alle aanpassingen van Cuypers zijn – gelukkig maar – overeind gebleven. Toen later bij renovatie weer meer oog was voor steen, bracht dat extra lichtinval in de kerk en werd de somberheid naar de achtergrond verdrongen.’

    ‘Veranderingen zie je overal, maar het zijn niet altijd verbeteringen. Kijk bijvoorbeeld naar afbeeldingen van de kathedraal met zijn oude torenspitsen. Die vind ik echt fraaier dat de spits die na de oorlog is geplaatst.’ Voor Carl Lücker is een kleine pleister op de wonde dat het bijna vier meter hoge gouden Christoffelbeeld gemaakt is door Joep Thissen, een vriend van zijn vader.

    Dat de Munsterkerk door het Catharijneconvent Utrecht is uitverkoren om toe te treden tot het landelijk project Grootste Museum van Nederland – het gaat daarbij om Godshuizen – verbaast Carl Lücker niks.  ‘Zeg eens eerlijk, als je met mensen van buiten Roermond de stad inloopt, kun je niet om de Munsterkerk heen. Figuurlijk dan. Ook niet om het Kruiswegpark. Die wil je echt samen hebben gezien.’ 

    Een mooie kerk die wél meer decor verdient, vindt Carl Lücker. Hij is benieuwd hoe de aangekondigde renovatie van het Munsterplein gaat uitpakken die samenvalt met het jubileum 800 jaar Munsterkerk.

    Of we de handtekening van Carl Lücker nog terugzien in de kerkelijk kunst? ‘Ik heb de Munsterkerk vaker geschilderd.’ Carl Lücker is een kunstenaar van de gevestigde orde, zeker in Limburg. Zijn broer Jeroen vindt erkenning in het Amsterdamse kunstenaarsmilieu. Carls zoons Pablo en Niels zijn vakbroeders. In huize Lücker is het nu de omgedraaide wereld: eerst waren ze de zoons van…, nu is Carl de vader van… 

    De tijd zal leren of de passie voor kerkelijke kunst bij de Lücker-familie nog verder opbloeit.

    Carl Lücker bij Kruiswegstatie XIII die geschilderd is door ‘grandpa’ Joseph Lücker. Tekst en foto: René Roosjen  

    Lees minder >
  • Nooit uitgekeken op de Munsterkerk

    ‘De Munsterabdij van Beate Marie in Roermond’ is de titel van het proefschrift van Erik Caris die op 14 juni 2017 is gepromoveerd in Nijmegen. Het proefschrift handelt over de architectuur, bouwgeschiedenis en sloop van een cisterciënzer vrouwenklooster dat in 1220 is gesticht. Voor zijn promotie heeft Caris  een diepgravende studie verricht en talloze documenten […]

    Lees meer >

    ‘De Munsterabdij van Beate Marie in Roermond’ is de titel van het proefschrift van Erik Caris die op 14 juni 2017 is gepromoveerd in Nijmegen. Het proefschrift handelt over de architectuur, bouwgeschiedenis en sloop van een cisterciënzer vrouwenklooster dat in 1220 is gesticht. Voor zijn promotie heeft Caris  een diepgravende studie verricht en talloze documenten bestudeerd, tot over de landsgrenzen en tot over de kunsthistorische grenzen heen. 

    Erik Caris is coördinator Monumentenzorg en archeologie bij de Gemeente Roermond en woont in Weert. Hij is van huis uit niet gelovig maar de Munsterkerk is hem heilig. 

    Hij kan makkelijk uitleggen waarom deze kerk in Roermond, in Limburg, in Nederland en tot over de landsgrenzen zo bijzonder is. “Voor Roermond is er een direct verband met de stichting van de stad. In de provincie is de Munsterkerk beroemd als de St.-Servaas en de OL Vrouwekerk in Maastricht en als Rolduc. Voor Nederland is de kerk van betekenis omdat ze in ons land een van de weinige overgebleven romaanse kerken van deze allure is.  Internationaal is de kerk  van belang omdat ze een van de jongste vertegenwoordigers is van de internationale romaanse bouwstijl. 

    Er is veel geschreven over de Munsterkerk en het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd. Naar verwachting verschijnt in het jubileumjaar van de Munsterabdij 2020 een boek dat in het verlengde van het proefschrift ligt, maar ditmaal door meerdere auteurs is geschreven. Eerder zijn ook interessante, weliswaar minder omvangrijke boeken verschenen, waaronder ‘Waar ’t Koepel dragen Munster rijst’ van Frank Slenders dat Caris van harte kan aanbevelen. 

    Voor Caris is er de extra drijfveer om over de Munsterkerk te publiceren gebleven omdat er niet eerder een uitgebreid specifiek werk over de bouwgeschiedenis bestond.Natuurlijk heeft de kerk alles met geloof te maken. In de wetenschap kijken we in dit geval naar waar het geloof zich in uit. Dat zijn studieobjecten.”  

    “Op weg naar mijn werk bij de Gemeente Roermond zie ik altijd dit prachtige gebouw. Op de Munsterkerk raak je nooit uitgekeken. Daar wil je dan meer van weten”, licht hij zijn motivatie toe voor zijn onderzoeksopdracht naar de bouwgeschiedenis van de kerk en de abdij. Je gaat kijken naar de hiaten in de kennis. Wat is nog niet onderzocht. Daar maak je met je professor een strategisch plan voor. Later buigt een commissie zich daarover. Dan moet het ook allemaal verdedigbaar zijn.” 

    ‘De Munsterabdij van Beate Marie in Roermond’ is uiteindelijk de titel geworden van het proefschrift, maar wie is Beate Marie? Beate Marie is eigenlijk geen goed Latijn. We komen het wel tegen in de dertiende eeuw. Beatus betekent gezegend . Beate Marie is dan natuurlijk de gezegende  Maria.”

                                                                                                                                                  Voor het 800-jarig bestaan van de Munsterkerk in 2020 houden we vast aan 20 oktober 1220, de wijding van de kerk door de Keulse aartsbisschop Engelbert. Maar in welk jaar is de eerste paal geslagen en door wie? “Ze hebben er niet voor hoeven heien, maar de start van de bouw weten we niet precies”, vertelt Erik Caris: “Uit de boeken weten we wél de tijd van de inwijding. Daar houd ik zelf dan ook het liefst aan vast.”

    Voor die inwijding werd ook strikt aan de hiërarchie vastgehouden. “Roermond viel destijds weliswaar direct onder het bisdom Luik maar dat viel weer onder het aartsbisdom Keulen, vandaar dat de Keulse aartsbisschop Engelbert kwam inwijden.  

    Tijd voor Pierre Cuypers. Iedereen die rond of in de Munsterkerk loopt, geniet van de talloze bezienswaardigheden. Dan zie je ook de hand van Pierre Cuypers die in later tijd de Munsterkerk deels een nieuw aanzien heeft gegeven, denk maar aan de vier markante torenspitsen. 

    Waarom is Pierre Cuypers met de Munsterkerk aan de slag gegaan? “Dat heeft te maken met de grote restauratie in 1860. De inzet was het behoud van de kerk. Hij heeft van een kloosterkerk een stadskerk gemaakt. Hij heeft de twee grote torens toegevoegd en de twee kleinere gewijzigd. Zoals je dat vaker bij kerken in Duitsland, België en Frankrijk ziet. Die twee torens stonden overigens niet in het restauratieplan. Kennelijk is daar later wel door het kerkbestuur opdracht voor gegeven.”  

    Cuypers heeft verder iets aan het interieur veranderd, waarvan we nu nog maar weinig terugzien. “Waar het orgel stond aan de westkant zien we nog resten daarvan, schilderingen. Links en rechts in de kerk zien we spaarzaam nog wat fragmenten.”  

    Is het werk van Cuypers de kerk ten goede gekomen? “Conserveren en restaureren is van alle tijden. Daar kun je voor de toekomst zorgen over hebben. Want laten we eerlijk zijn: daar zijn ook een hoop kosten mee gemoeid. De zorg over behoud kun je niet alleen bij de overheid neerleggen.  Daar zullen de burgers zelf ook voor moeten opkomen. 

    Erik Caris heeft nog altijd genoeg openstaande vragen om zijn studie een vervolg te geven. Samen met een internationale groep onderzoekers werkt hij aan een boek over de Munsterabdij dat hopelijk in 2020, het jubileumjaar van de abdij, gepresenteerd kan worden. In dat boek zullen uiteenlopende thema’s met betrekking tot de geschiedenis van de abdij belicht worden zoals de schedelrelieken, de grafzerken, de in de Munsterkerk verwerkte steensoorten en steenbewerkingsmethodes, de altaarpatrocinia (heiligen naar wie altaren zijn genoemd) en het torenvraagstuk.

    Erik Caris promoveerde op de bouwgeschiedenis van de Munsterabdij. Foto en tekst: René Roosjen

    Lees minder >
  • Roermond verankerd met Munsterkerk

    De Munsterabdij stond er al voordat Roermond een stad was. Een klooster als een eeuwenoud voorportaal van de Munsterkerk bepaalt voor deken Rob Merkx het onderscheid met zoveel andere kerken. Roermond is verankerd met de Munsterkerk. “Voor Rooms-katholieken is het hun huis, maar de kerk heeft ook aantrekkingskracht op mensen met een andere geloofsovertuiging. Iedereen […]

    Lees meer >

    De Munsterabdij stond er al voordat Roermond een stad was. Een klooster als een eeuwenoud voorportaal van de Munsterkerk bepaalt voor deken Rob Merkx het onderscheid met zoveel andere kerken. Roermond is verankerd met de Munsterkerk. “Voor Rooms-katholieken is het hun huis, maar de kerk heeft ook aantrekkingskracht op mensen met een andere geloofsovertuiging. Iedereen is hier welkom.”

    Mgr. Ing. R. N. Merkx is zijn naamplaatje. Monseigneur is makkelijk te begrijpen; maar ook nog ingenieur? Vóór zijn priesterstudie volgt Rob aan de HTS in Eindhoven de opleiding scheikunde. Al jong experimenteert hij met scheikundeproefjes. Eigenlijk heeft hij elektronica als hobby. Op advies van een docent op de middelbare school moet hij dat vooral zo laten. Daarom uiteindelijk de keuze voor scheikunde. Een andere hobby is Gregoriaans. Het zijn vooraankondigingen van zijn priesterschap. Scheikunde heeft alles te maken met verbindingen en het Gregoriaans kan elkaar verbinden in geloof. Rob Merkx legt een link naar zijn latere priesterschap: “Het heeft me op het pad gezet van analytisch en synthetisch denken.”

    Rob Merkx voelt zich geroepen tot het priesterschap in het laatste jaar van zijn scheikundestudie. Vrienden van hem zitten dan op de HTP. Maar met Gijsen aan het roer word je dan geen priester. Rob Merkx weet op dat moment ook niet zo goed wat hij van Gijsen moet vinden. Totdat hij diens boek ‘Zekerheid en Vrede’ leest. Dan slaat bij hem een vonk over om te durven kiezen voor het priesterschap, tegelijk voor een celibatair leven zonder een eigen gezin, want dat is ook een consequentie. Hij voelt zich daarin gesterkt door een ongeval in de Roermondse Brugstraat waar hij wordt geraakt door een laadbaak die zich plotseling van een betonmolen heeft ontkoppeld. “Ik had dood kunnen zijn, maar het is goed afgelopen. Ik dacht: ik leef en doe daar wat mee. De priesterroeping wordt versterkt door een oproep van mgr. Theo Willemssen voor het permanent diakonaat. Alleen, eerst nog even de HTS afmaken; daarna is de weg vrij voor het seminarie.”

    Nu is Rob Merkx al jaren deken in Roermond en woont in de woning die een rechtstreekse verbinding heeft met de Munsterkerk. “Ik ben eerder pastoor geweest in Herten, parttime en tegelijk mag ik het Pastoraal Diaconaal Centrum reorganiseren… A hell of a job… Het duurt vijf jaar voordat ik deken wordt in Horst. Daar heb ik echt het idee: het is mijn kerk. Met de enorme steun van die grote agrarische gemeenschap die altijd klaarstaat… Maar een kerk in een stad, zoals de Munsterkerk met zijn eeuwenoude geschiedenis, is een ander verhaal: de kerk van ons, vóór ons en ná ons.”

    Als je met Rob Merkx door de Munsterkerk loopt en stilstaat bij wat die kerk in zich herbergt – geloofsbeleving in een gewijde ruimte, kunst, maar ook de mergel en gewoon een prachtige lichtinval, dan kom je tijd tekort.

    Bij een geloofsgemeenschap hoort een mooi gebouw. “Ik merk dat de mensen – ook met een andere geloofsovertuiging – daarvoor graag naar de Munsterkerk komen. Kijk ook naar de kathedraal met zoveel prachtige ramen en een nieuw orgel in aanbouw.

    De priester en ook weer de scheikundige Rob Merkx wijst op verbindende factoren. ‘Zie de mensen als moleculen die samen een reactie teweeg brengen. En dan is het bijzonder om te ervaren hoe die reactie tot een gewenst product kan leiden. Op het Munsterplein praat ik wel eens met verslaafden die daar op een bankje zitten. Als ik vragen stel, krijg ik vaak heel goede antwoorden. “Waarom gebruiken jullie drugs?” Om tot rust te komen… Ik moet maar eens begrijpen wat in hun hoofden allemaal rond spookt… Dan nodig ik ze uit mee de Munsterkerk in te lopen. Ik speel orgel. Dat geeft ook rust. Bij een volgend bankgesprek vragen ze of ze nog eens terug mogen komen…”

    Dan moet de kerk wel open zijn en dat brengt ons bij het thema dat zoveel parochies bezighoudt: Hoe kunnen we het kerkgebouw zo vaak mogelijk openhouden? “We proberen het, zeker hier in de Munsterkerk. Bij de kathedraal houden we tweemaal per maand Nightfever. We delen gratis kaarsjes uit die ze in de kerk kunnen opsteken. We doen dat eenmaal op een koopavond, dan gaan er 300 tot 400 kaarsjes van de hand. Op een drukke zaterdag zijn dat er 700 tot 800. Het zijn veelal bezoekers die van het Outlet afkomen. Overigens kijken we nog eens hoe we van de kathedraal en directe omgeving nog een aantrekkelijker rustpunt kunnen maken; ook als portaal naar de Munsterkerk maar ook als voorpost van de binnenstad waar ondernemers hard voor hun brood werken.”

    Rob Merkx is een ware ambassadeur voor onze Munsterkerk. “Het is een dertiende eeuwse kloosterkerk. De stad was er nog niet. In Roermond liggen hier de wortels van het geloof. En het is ook niet voor niets dat de graaf van Gelre zijn laatste rustplaats in deze kloosterkerk wilde hebben. Deze kerk is goede ‘ingebeden’. De Munsterkerk staat door de eeuwen heen voor het hoogste geloofsniveau. Een mooie plek om de blijde boodschap te verkondigen. Natuurlijk zie ik ook om me heen dat mensen zich veel op materie richten. Nou ja, ik ga ze niet vragen om bezit af te staan, dat vinden ze geen blijde boodschap. Je kunt ze wél de vraag voorleggen of er nog een blijdere boodschap is?”

    “De kerkelijke leer als fundament voor het geloof is geen makkelijk verhaal. Laat me een poging wagen. In de RK-Kerk kun je de leer beschouwen als organisch bouwwerk dat je niet kunt verloochenen. Haal je een bouwsteen weg, dan loop je het risico dat het hele bouwwerk instort. Je ziet dat telkens in de discussies terugkomen, ook op het hoogste kerkelijk niveau. Kardinaal Eijk sprak er zelfs de paus in openbaar op aan. De paus zou wat stelliger kunnen zijn, vindt Eijk.”

    “De paus is en blijft het hoogste gezag. Hij stelt de normen. Een oude pastoorswijsheid zegt: “Wees een leeuw op de preekstoel en een lammetje in de biechtstoel.” Je zou dat volgens mij ook kunnen vertalen: ”Laat de paus vooral die leeuw zijn. En de pastoors lammetjes die als barmhartige herders de leer vertalen naar hun parochianen, met oog en oor voor hun vragen.”

    In 2020 is de viering van het eeuwfeest 800 jaar Munsterkerk, voor iedereen die zich met de Munsterkerk verbonden voelt. “Die kerk is van ons allemaal.” Rob Merkx is optimist van nature en is ervan overtuigd dat velen zich met kerk en geloof verbonden voelen, ook in de toekomst. “Geloof zal nooit overgaan.”

    René Roosjen

    Lees minder >
  • Munsterkerk MET plein: de ziel van Roermond

    Voor Roermond ligt een kans voor open doel om te verbinden. Het bindmiddel is het eeuwfeest 800 jaar Munsterkerk in 2020. Want Roermondenaren en ook mensen van buiten hechten samen veel waarde aan de Munsterkerk en het Munsterplein. Herman Kaiser, oud-burgemeester en nu voorzitter van de stichting MK800: “Je hebt een stevig fundament als je […]

    Lees meer >

    Voor Roermond ligt een kans voor open doel om te verbinden. Het bindmiddel is het eeuwfeest 800 jaar Munsterkerk in 2020. Want Roermondenaren en ook mensen van buiten hechten samen veel waarde aan de Munsterkerk en het Munsterplein. Herman Kaiser, oud-burgemeester en nu voorzitter van de stichting MK800: “Je hebt een stevig fundament als je waarden met elkaar deelt.”

    Als in Roermond de serene zondagsrust hand in hand gaat met een familiair hafa-concert in de Oranjerie loopt Herman Kaiser nog een rondje door het hart van de stad. Het Munsterplein met de acht eeuwen oude Munsterkerk raken hem van binnen; voor hem ‘de ziel van Roermond’. Drie jaar later, in 1992, keert hij als burgemeester van Roermond terug op dat plein, ter afsluiting van de restauratie van de kiosk. Een hardstenen trede herinnert aan zijn eerste officiële handeling als burgervader van Roermond.

    Twijfel over het voorzitterschap van MK800 heeft zijn echtgenote bij hem weggenomen. ‘Dit ga je doen, jij vindt dit leuk!’. Daarmee verdween enige aarzeling als sneeuw voor de zon, onder het motto: je kunt als oud-burgemeester en ereburger iets betekenen voor de hele stad. Belangstelling voor historie en filosofie zijn daarbij een steun in de rug.

    “Het huidige Roermond doorgrond je beter als je kennis hebt van de historie,” is zijn stellige overtuiging. Van harte beveelt hij aan: “Lees vooral ook het boek Roermond, een biografie van een stad en haar bewoners (Peter Nissen/Hein van der Bruggen). Met achthonderd jaar Munsterkerk sla je een brug van deze eeuw naar de Middeleeuwen. Welke invloed hebben religie, politiek en het sociale klimaat op een stad in de loop van al die jaren? In acht eeuwen kan heel veel met een stad gebeuren. Bijzonder is dat tijd een andere dimensie krijgt naarmate je ouder wordt. De klok tikt door. Hoeveel tijd hebben we? Vroeger was een jaar een eeuwigheid. Met het voortschrijden van de jaren gaat alles sneller voorbij.”

    “Wij kunnen nu terugkijken op acht eeuwen Munsterkerk. Geen stenen die op elkaar gestapeld zijn, maar kerk en het Munsterplein zijn samen geschapen voor ontmoeting, sociaal-culturele beleving en geloof. Hier ligt de ziel van de stad.

    Op het Munsterplein kun je ’s morgens in alle vroegte op een bank – of in een kerkbank – de stilte ervaren, terwijl andere mensen onderweg zijn naar hun bestemming, naar het werk. Of ze zijn als toerist op zoek naar het beste van Roermond. Geen wonder dat zovelen deze plek koesteren. En feesten met een biertje kan daar ook…”

    Hoe belangrijk is dat historisch besef? “We praten over 800 jaar Munsterkerk. Dat is heel veel langer dan de tijd die ons is gegund. We leven dus in een periode van die geschiedenis. Dan past dankbaarheid dat je kunt terugkijken op een historie van zoveel eeuwen. Over de grenzen van de tijd kunnen we inprikken op het gevoel van verbondenheid met vorige generaties.”

    “Laten we hopen dat de overlevering doorgaat – ook als we er niet meer zijn. Die overdracht stopt niet bij 800 jaar; die gaat door, op weg naar 1000 jaar Munsterkerk. We moeten goed waken over ons erfgoed. Als je twee eeuwen teruggaat, was de kerk voor Napoleon een paardenstal. Zo zie je dat de tyrannie altijd boven kan komen drijven.”

    Over het kerkgebouw zoals wij het kennen, wil Herman Kaiser best kwijt dat Cuypers zijn verdiensten heeft als architect. “Maar bij de Munsterkerk zie je dat hij een exponent is van het katholicisme in een specifieke tijd, de negentiende eeuw. Beetje druk… Het leidt voor mijn gevoel net te veel af van de eenvoud van geloven.”

    Als Herman Kaiser in de Munsterkerk loopt, vindt hij daar inspiratie en meditatie (die hij ook aan het papier toevertrouwt). Het zijn niet alleen de religieuze uitingen die hem in de kerk boeien. Galerijen, bogen, en juist kale mergelwanden dragen bij aan de gewijde sfeer die hij daar ervaart. “Die geeft mij nieuwe energie.” Is de Munsterkerk daarin uitzonderlijk? “Abdijen in Doetinchem (Slangenburg) of Vaals (Mamelis) raken me ook, maar bij de Munsterkerk is de combinatie van kerk met plein bijzonder. Het portaal van de kerk is de draaischrijf van spiritualiteit naar de samenleving. De kerkdeur staat open om de warmte naar buiten uit te stralen die mensen zonder onderscheid kan uitnodigen naar binnen te komen.”

    Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, er zijn ook vele wegen die naar religie, geloof voeren. “De wetenschappelijke, historische benadering is één ervan. Maar kijk eens naar de spiritualiteit van een onbevangen jonge vrouw als Theresia van Lisieux (Normandië),” betoogt Herman Kaiser. Ze is maar 24 jaar geworden, maar heeft geschiedenis geschreven. Ze is een van de vier kerkleraressen (naast Theresa van Avila, Catherina van Siëna en Hildegard van Bingen), trouw aan een heilige levenswijze en aan de kerkelijke leer.” Herman Kaiser heeft ooit haar sarcofaag mogen meedragen (“loodzwaar, ik kan het gevoel zo terughalen”). Naast Theresia is Benedictus voor hem een uitgesproken inspiratiebron.

    Waar het voor Herman Kaiser steeds op neer komt, is wat hij benoemt als de common ground. “Je hebt samen een stevig fundament als je waarden met elkaar deelt en durft uit te dragen. Om een eenvoudig voorbeeld te noemen: de volkszang. Katholieken hebben het minder aan zich om mee te zingen in de kerk. Doe ik wel; misschien zeg ik het omdat ik bij een koor hoor.”

    Voor het hoorbaar en zichtbaar uitdragen van het geloof is sinds jaar en dag de processie. Bekend natuurlijk aan de Kapel in t Zand’, al gebiedt de eerlijkheid dat de processies tegenwoordig niet meer te vergelijken zijn met die van vroeger (52 bussen uit Den Bosch!). Tweemaal per jaar trekt vanaf de Munsterkerk een processie: de stadsprocessie in mei en de fakkeloptocht (vanuit de kathedraal via de Munsterkerk) in oktober. “Ik loop graag mee, vooral ook om te horen wat mensen beweegt. Op weg naar de Kapel in ’t Zand vertellen ze verhalen over de betekenis van Maria in hun leven. Heel bijzonder om te horen.”

    Kerkbezoek en geloofsbeleving houden in dit tijdsgewricht niet over. “Hoe je jongeren beter kunt aanspreken als het om geloofszaken gaat, is een belangrijke vraag. Het zal anders dan vroeger moeten. Het begint ermee dat ze ervoor openstaan. Als ik met jongeren spreek, gaan ze heus wel de discussie aan. Niet alleen over misstanden waarvoor de kerk – zeker tegenwoordig – de ogen niet sluit. Waar het vooral over moet gaan, is wat jongeren beweegt en welke rol het geloof daarbij in hun leven speelt. Jongeren met kinderen ervaren dat hun eigen ouders vragen over kerk en geloof krijgen van hun kleinkinderen, alleen al over de kerststal.”

    Wat God dan in deze tijd kan betekenen? “Dan blijf ik terugkeren naar de eenvoud van de genoemde Theresia. Haar kracht was om het Godsbeeld van angst en vrees te laten kantelen naar barmhartigheid. Geloven is van alle tijden en is niet weg te denken; het heeft zoveel eeuwen overleefd en zal blijven bestaan.”

    “Geloofsbeleving vind je overal in de wereld. Zo was het vroeger, zo is het nu. Ook in de mooie stad Roermond. In de Munsterkerk adem je in – inspiratie; buiten op het Munsterplein adem je uit – expiratie. Dat verbindt, een mooie basis voor het eeuwfeest. Roermond kan zich dan van haar beste kant laten zien.”

    René Roosjen

    Lees minder >

Voor meer informatie: munsterkerk800@ziggo.nl